Geschiedenis van de oliebol

Geschiedenis van de oliebol

‘’Het weer is koud en guur als de dagen korten en de nachten lengen, maar de feesten van december brengen licht en warmte, met oud jaar: oliebollen.’’ Zo klonk het Polygoon journaal in de jaren ’50. Al eeuwen is het eten van oliebollen typisch Nederlands. De eerste oliebol werd gegeten door de Bataven en de Friezen in het begin van onze jaartelling.

 

Oliebollen bestonden niet in de vroege Nederlandse geschiedenis voor de zeventiende eeuw. Het deeg werd in een klein bodempje vet (reuzel, lijnzaadolie of raapolie) gebakken, waardoor je platte oliekoeken in plaats van oliebollen kreeg. De geschiedenis van deze oliekoeken gaat veel verder terug.

Germanen
Het oudste fundament van de oliebol in Nederland is te vinden bij de Bataven en Friezen, aan het begin van de Christelijke jaartelling. Deze Germanen offerden aan het einde van december voedsel aan de goden om hen tevreden te stellen, met name de godin Perchta en andere boze geesten die rond deze dagen velen vermoordden. Hun offervoedsel hadden ze in meel gewikkeld en in de olie gebraad en het eindresultaat bestrooiden zij met witte meel. De vetheid van dit voedsel zou ervoor zorgden dat het zwaard van de godin Perchta van hun lichaam zou glijden.

Middeleeuwen
In de Middeleeuwen begon de oliekoek meer vorm te krijgen. Het was de gewoonte dat kerstmis het einde vormde van een tijd van vasten die op 11 november met St. Maarten begon. Het einde van deze vastenperiode werd gevierd met oliekoeken, die gemaakt werden van houdbare ingrediënten. Oliebollen waren ook veelal genuttigd omdat zij rijk aan vet en calorieën waren, en daarmee goed tegen de winterkou beschermden. Voor de rest speelden oliekoeken ook een belangrijke strategische rol ten tijde van een beleg. Omdat alle verse producten al snel op waren of niet lang goed bleven, sloegen veel kastelen meel en olie in. Wanneer er geen andere vormen van voedsel meer aanwezig waren, werden de oliekoeken opgegeten. In de late middeleeuwen ontstond de traditie om armen, die je een gelukkig nieuwjaar wensen, een oliekoek of andere traktatie te moeten geven. Maar dit liep soms ontzettend uit de hand omdat armen hier in grote getale misbruik van gingen maken en willekeurig allerlei wildvreemden geluk gingen wensen.

Zeventiende eeuw
Betere handelscontacten door de komst van het kolonialisme, en betere economische omstandigheden in het algemeen zorgden ervoor dat er meer en betere olijfolie kwam in de lage Nederlanden. Dit heeft tot gevolg gehad dat men meer olie kon gebruiken en het deeg dus de kans kreeg om een ronde vorm aan te nemen: de geboorte van de oliebol.

Negentiende eeuw
Pas in de negentiende eeuw werd de oliebol een traditionele lekkernij rondom oud- en nieuw. De koppeling aan deze periode is, naast het feit dat het voedzaam eten is in koude tijden, gebaseerd op het laatmiddeleeuwse gebruik om de armen rond oud-en-nieuw op een speciaal plat wafeltje, knijpertje of kniepertje genaamd, of oliekoek te trakteren.

Geschiedenis van de oliebol

< Terug naar het nieuws overzicht